Aanbesteding in Kort geding

Aanbesteding in kort geding of advies erover vormt een aanzienlijke categorie werk voor een advocaat op het gebied van Europees aanbestedingsrecht.

Het is mogelijk een voorlopige voorziening te vragen bij de civiele rechter. Het oordeel in kort geding is per definitie voorlopig van aard. Dat wil zeggen dat de bodemrechter er niet aan gebonden is (art. 257 Rv) als die er later anders over denkt. In een kort geding kunnen daardoor geen definitieve uitspraken worden verkregen (de zgn. declaratoire of constitutieve vonnissen). Toch neemt de rechter in kort geding soms voorlopige voorzieningen waarvan de gevolgen feitelijk niet meer herstelbaar zijn.

Dit speelt met name indien er spoedeisendheid is en de gevraagde voorziening gerechtvaardigd wordt door een billijke afweging van belangen van partijen.  De voorzieningenrechter kan diverse bevelen geven, m.n. indien er nog geen overeenkomst is gesloten. Hij kan een bevel geven:

  • tot afbreken/gestaakt houden van aanbestedingsprocedure
  • tot heraanbesteding
  • tot aanbesteding (indien ten onrechte onderhands is gegund)
  • tot toelating van de klagende partij tot de inschrijving of onderhandelingen
  • herbeoordeling van de inschrijving
  • tot gunning aan eiser
     

of een verbod geven:

  • tot gunning aan een ander dan u als eisende of verdedigende partij;
  • tot heraanbesteding
  • tot gunning aan een derde
     

De Nederlandse rechter kan onder meer bevelen om de aanbesteding over te doen. En dat met aangepaste selectie- of gunningscriteria, met inbegrip van het verwijderen van discriminerende technische, economische of financiële specificaties in oproepen tot inschrijving, bestekken dan wel in enig ander stuk dat verband houdt met de procedure.

Indien een overeenkomst al is gesloten of vlak voor de uitspraak van de rechter wordt gesloten, dan kan de voorzieningenrechter ook de volgende vonnissen geven:

  • verbod om (verdere) uitvoering te geven aan een overeenkomst
  • gebod om de overeenkomst op te zeggen dan wel te beëindigen op grond van een wettelijke  of contractuele bevoegdheid
     

Schadevergoeding:

Naast de mogelijkheid om in kort geding voorzieningen te vorderen verplicht art.2-1 Richtlijn 89/665/EG ook tot de mogelijkheid om de geleden schade te vergoeden. De grondslag voor de schadevergoeding is dan het onrechtmatig of onwetmatig handelen van de aanbestedende dienst. In art. 6:162 Burgerlijk Wetboek is een schadevergoedingsplicht opgenomen in geval schade geleden wordt door onrechtmatig gedrag van een ander.

This is Sliced Diazo Plone Theme