Naburige rechten

Beslissen over opname, vermenigvuldiging en uitzending

Naburige rechten zijn rechten die naast het auteursrecht staan (‘naburig zijn’), en die een uitvoerend kunstenaar of producent het recht geven te beslissen over opname, vermenigvuldiging en uitzending van een uitvoering. De uitvoerend kunstenaar of producent krijgt daar een billijke vergoeding voor. De Nederlandse Wet op de naburige rechten is in 1993 ingevoerd.

De wet vormt een uitwerking van twee internationale verdragen. De wet geeft rechten aan uitvoerend kunstenaars. Wie zijn dat?  Dat zijn “de toneelspeler, zanger, musicus of danser en iedere andere persoon die een werk van letterkunde, wetenschap of kunst of een uiting van folklore opvoert, zingt, voordraagt of op enige andere wijze uitvoert, alsmede de artiest, die een variété- of circusnummer of een poppenspel uitvoert”.  Als er meer dan zes acteurs of musici hebben meegedaan, moeten die een vertegenwoordiger kiezen om hun rechten te kunnen uitoefenen.

De wet geeft daarnaast ongeveer dezelfde rechten aan de producenten, dat wil zeggen aan film- en platenmaatschappijen en omroeporganisaties. De Wet op de naburige rechten geeft een het recht om:

  • Te beslissen of een uitvoering mag worden opgenomen
  • Te beslissen of een opname mag worden vermenigvuldigd en op de markt gebracht
  • Te beslissen of een opname mag worden uitgezonden, mag worden vertoond (bijv. een bioscoop of sportvereniging) of ten gehore mag worden gebracht (bijv. als achtergrondmuziek in een winkel)
     

Op commerciële basis uitgebrachte platen (fonogrammen) mogen altijd worden uitgezonden of ten gehore gebracht, mits er een billijke vergoeding voor betaald wordt ten bate van de kunstenaar en de producent. De volgende handelingen zijn, overeenkomstig de auteursrechten, wèl toegestaan:

  • Kopiëren voor eigen oefening, studie of gebruik
  • Het gebruik van fragmenten in nieuwsuitzendingen
  • Het citeren in een aankondiging, beoordeling, polemiek of wetenschappelijke verhandeling (citaatrecht)
  • Het gebruiken van opnamen in studieboeken of bijv. voor schooltv, als toelichting bij het onderwijs; daarvoor moet in bepaalde gevallen wel een vergoeding betaald worden
     

De uitvoerend kunstenaar en de producent hebben het recht een billijke vergoeding te ontvangen (leenrecht) bij het uitlenen van een opname, bijvoorbeeld van een CD in een bibliotheek of van een film bij een videotheek. Als men het over de hoogte van de vergoeding niet eens wordt, kunnen de belanghebbenden de rechtbank Den Haag om een uitspraak vragen. Instellingen van onderwijs en onderzoek zijn van het leenrecht vrijgesteld. De naburige rechten blijven 50 jaar geldig en gaan over bij erfopvolging. Als een opname pas na verloop van tijd op de markt wordt gebracht, begint de termijn van 50 jaar pas op dat moment te lopen.

In principe kunnen de rechten worden overgedragen aan een ander (bijvoorbeeld, een zanger kan zijn rechten verkopen aan de platenmaatschappij), met een paar uitzonderingen: de persoonlijkheidsrechten blijven bij de oorspronkelijke kunstenaar en een zanger of musicus houdt altijd recht op een billijke vergoeding bij verhuur van CD’s en dergelijke.

Inning en verdeling (repartitie): dit wordt uitgevoerd door organisaties die door de overheid zijn aangewezen, te weten de Stichting ter Exploitatie van Naburige rechten (SENA, voor de inning en verdeling van vergoedingen voor het uitzenden en laten horen van geluidsopnamen (CD’s en dergelijke). De Stichting NORMA (NORMA) behartigt alle overige collectieve belangen van musici en acteurs op het gebied van het naburig recht, zoals de inning en verdeling van o.a. thuiskopie-, leenrecht- en kabelgeld. In België heet de vergoeding voor naburig rechten de billijke vergoeding, die wordt geïnd door de collectieve beheersmaatschappijen PlayRight (voorheen Uradex) (voor de artiesten-vertolkers) en Simim (Belgische muziekindustrie). Klik hier voor een overzicht in België.

This is Sliced Diazo Plone Theme